S.C.G. februari-menu

 

 

 

Gevulde bosuitjes

 

 

Salade van eendenborst en passievrucht

 

 

Wortelsoep met gember

 

 

Speenvarkenkoteletten met bleekselderijgratin

 

 

Bloedsinaasappelsoufflé met chocolade sorbet


 

Gevulde Bosuitjes

                      

30 bosuitjes                                                                  5 tomaten

75 gram boter                                                               25 gram olijfolie

125 gram bloem                                                            1 teen knoflook

3 eieren                                                                        5 blaadjes basilicum

1 dl. Noilly prat                                                              half blik Italiaanse tomaten

75 gram gesmolten boter

zonnebloemolie

suiker

 

5 tomaten

25 gr olijfolie

1 teen knoflook

basilicum

kervel          

 

 

Bosuitjes schoonmaken, steeltje van 4-5 cm. Eraan laten zitten. Uitjes in boter aanfruiten, afblussen met 2 dl. Water en 2 eetlepels suiker en wat zout toevoegen. Even laten doortrekken en vervolgens het vocht afgieten en bewaren voor het sausje.

 

Van bloem ei noilly prat, wat zout en gesmolten boter een deeg bereiden en een uur laten rusten. Kort voor het uitserveren de uitjes in het deeg dompelen en in olie (zonnenbloem) frituren. Daarna halveren over de lengte.

 

Vulling. Tomaten ontvellen en het vruchtvlees in kleine blokjes snijden. Dan voorzichtig iets aanzetten in olijfolie. Geperste knoflook en fijngehakte basilicum toevoegen

 

Coulis.  Ga net zo te werk als bij de vulling, voeg dan de tomaten uit blik toe, pureer en zeef de massa.

 

Serveren.  Uitjes in de lengte halveren. Op een voorverwarmd bord een spiegel van coulis aanbrengen. De uitjes in stervorm over het bord verdelen. In het midden van het bord een lepel  vulling dresseren en garneren met een blaadje(s) kervel.

 

Geef er stokbrood  dun gesneden en boterballetjes of boterkrullen bij.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Salade van eendenborst en passievruchten

 

5 eendenborsten                                                            5 eetlepels limonadesiroop tropical

4 eetlepels olijfolie                                                 2 eetlepels citroensap

tijmblaadjes                                                                  2 theelepels honing

200 gram gemengde sla                                        10 passievruchten

peper en zout

boter

 

 

Meng in een hoog pannetje de limonadesiroop, citroensap, tijm, zout en peper met de staafmixer.  Meng voor de dressing 6 eetlepels van dit vocht met honing en zet weg.

 

Meng de eendenborsten met de rest van het vocht en laat een uur marineren. Af en toe omscheppen.     Droog ze af en gooi het vocht weg. Bak de borsten rose en houd ze warm.

 

Was de sla en droog ze in de sla centrifuge. Meng de dressing en halveer de passievruchten.

 

 

Serveren. Vorm op de borden een rozetje van sla en dresseer de dun gesneden eendenborsten hier dakpansgewijs omheen of overheen. Garneer met halve passievruchten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Wortelsoep met gember

 

 

1,5 kilo wortelen

1 liter krachtige kippenbouillon

3 eetlepels sherry

2 dl room

zout en peper 

25 gram verse gemberwortel

 

 

 

Schrap de worteltjes schoon en snijd ze in stukken. Schil de gemberwortel en hak deze fijn. Breng wortels en gemberwortel aan de kook in ruim water en kook 40 min. zacht door. Pureer de wortelmassa met wat kookvocht in de blender ( 2dl.)  en wrijf het geheel door een zeef. Voeg kippenbouillon en sherry toe en laat het geheel zachtjes doorkoken. Breng eventueel op smaak met peper en zout. Klop de room lobbig.

 

Schep de soep in voorverwarmde koppen en schenk er een cirkeltje room in.

 

Wanneer er nog stokbrood over is van de eerste gang, dan kan dat nu zijn bestemming vinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Speenvarkenkotelet met gratin van bleekselderij

 

 

10 speenvarkenkoteletten met steel                         2 teentjes knoflook

400 gram zuurkool                                                            1 rode peper

100 gram gerookt ontbijtspek                                            8 gram paprikapoeder

150 gram ui                                                                  50 gram boter

300 gram aardappel

 

 

Gratin

 

1 kilo bleekselderij                                                      50 gram gekookte ham

50 gram boter                                                               60 gram zeer oude kaas

1 gehakte sjalot                                                             60 gram geraspte Parmezaanse kaas

1 kwart liter runderbouillon                                       1 ½ liter room

peper en zout                                                                2 eieren

 

 

 

Gratin.  Maak bleekselderij schoon, verwijder onderste steel van de stengels. Halveer de dikke stengels en snijd alles in stukken. Bewaar het groene lof.

Bak de ui glazig en voeg de bleekselderij toe, voeg de bouillon toe en breng op smaak. Laat het geheel zachtjes 20 min.koken, zodat de bouillon kan inkoken tot 1 ½ dl. Schik de uitgelekte stengels in een ovenschaal en strooi er de gesnipperde ham over.

Roer room, losgeklopt eieren en kaas door de overgebleven bouillon en giet dit over de selderij. Zet het in de oven voorverwarmd van 220 gr. Tot bovenkant mooi knapperig bruin is.

 

Bestrooi de koteletten met peper en zout, snijd rookspek in kleine blokjes en snipper ui en knoflook fijn. Halveer de peper en verwijder zaad en zaadlijsten. Snijd het vlees zeer fijn. Spoel de zuurkool een keer onder koud water en laat goed uitlekken. Snijd geschilde aardappel in kleine blokjes en was ze niet meer.

 

Bak de koteletjes in hete boter goudbruin aan weerskanten, neem ze uit de poan en houd warm. In de resterende boter gaat het ontbijtspek(gesneden) dan uien en knoflook en laat nog 2 min. bakken. Strooi paprikapoeder eroverheen en voeg zuurkool en aardappelen toe en 4 dl. Water. Doe deksel op de pan en laat het geheel in de voorverwarmde oven van 200 gr. Nog 20 min garen.

 

Dan de pepers erdoor scheppen en de koteletjes er op leggen. Laat het geheel nog 10 min. in een oven van 100 gr. Garen.

 

Serveren.  Op een voorverwarmd bord een lepel groenten, daarop een kotelet en garneer af met een lepel gratin die bestrooid is met fijngehakt selderijblad.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Bloedsinaasappelsoufflé met chocolade sorbet

 

 

20 gram Cacao                                                              6 eetlepels ongezouten boter

1 vanille stokje                                                              20 gram cacao

100 gram suiker                                                            3 eiwitten

100 gram bittere chocolade in brokjes                         100 gram suiker

1 eetlepel stroop                                                            35 gram bloem

2 dl. sinaasappelsap                                             

 

16 (bloed)sinaasappels                                                      3 eierdooiers

½ dl water                                                                    250 gram suiker

160 gram suiker                                                            1 theelepel maizena

2 dl. Melk                                                                      3 eiwitten

3 eetlepels ongezouten boter                                        rest sinaasappelsap ±3 ½ dl.

 

 

Chocoladesorbet.  

Breng 4 dl. Water aan de kook en voeg de suiker toe. Wanneer het opgelost is dit mengsel over de chocolade gieten. Voeg de stroop toe en de sinaasappelsap en roer het geheel goed.

Laat afkoelen en draai er ijs van.

 

Chocoladetuilles. 

Snijd het vanillestokje open en haal het merg er uit. Smelt de boter met merg en stokje en laat het afkoelen een weinig. Sla de eiwitten half stijf, voeg dan geleidelijk de suiker toe en sla het op tot stevig. Haal het stokje er uit. Zeef de bloem en de cacao en meng dit door het mengsel van eiwit en vanilleboter tot een geheel (voorzichtig er door vouwen). Schep een halve theelepel beslag op een siliconenmatje en strijk het plat met een natte vork tot een ronde van 2-3 cm. En laat voldoende tussenruimte. Maak er ongeveer 25 voor 10 pers. Bak ze op 160 gr. 5-8 min.

 

Sinaasappels. 

Neem van drie schoongeboende sinaasappels met een zesteur de zestes. Maak verder schoon en pers ze uit.

Snijd van 10 sinaasappels de kapjes er af en verwijder voorzichtig het vruchtvlees, de wand moet heel blijven. ( met de hand of lepeltje) Pers ook de pulp uit. Pers de andere vruchten ook uit. Er moet nu ±7 ½ dl sap zijn.

 

Soufflé  

Breng de melk, boter en de helft van de zestes aan de kook.

Haal van het vuur. Klop de eierdooiers met drie eetlepels suiker en de maizena los. Giet er een beetje hete melk bij en giet het mengsel bij de melk.Dan weer heel voorzichtig verwarmen en goed kloppen tot het megsel stand krijgt. Dan af laten koelen.

Kook 3 ½ dl sinaasappelsap met de overgebleven zestes in tot ¼. Zeef en laat afkoelen. Meng dit door het ei-melk mengsel.

Klop de eiwitten half op, voeg drie eetlepels suiker toe en klop verder tot stevig.

Spatel het ei-melkmengsel erdoor. Lepel dit in de sinaasappelvormpjes, voor driekwart vol. Plaats ze op een bakblik en bak in een oven voorverwarmd van 180 gr. In 19 min.  Onder geen enkele voorwaarde mag de oven de eerste 10 minuten open. De souffle´s moeten van boven licht bruin zijn.

 

Saus

Verhit ½ dl water en de overgebleven suiker (160) gram  tot goudbruine caramel. Blus af met 3 ½ dl. Sinaasappelsap en laat weer koken.

Zet het vuur zacht en doe er wat sinaasappel partjes bij als je die bewaard hebt.

Eventueel iets binden met allesbinder en warm houden.

 

Serveren

Een sinaasappelsoufflé op een bord, saus er omheen lepelen met sinaasappelpartjes. Ernaast een quenelle sorbet tussen twee tuilles.